4 trends in vrijwilligerswerk in 2026 (met de cijfers erbij)
De basis krimpt terwijl de last zich concentreert op een kleinere groep. Vier ontwikkelingen in vrijwilligerswerk die er echt toe doen, met de CBS-cijfers over 2025 erbij.
4 trends in vrijwilligerswerk in 2026 (met de cijfers erbij)
Vrijwilligerswerk verandert, maar niet op de manier die je in de meeste trendstukken leest. De cijfers over 2025 laten zien dat de basis krimpt terwijl de last zich concentreert op een kleinere groep. In dit artikel vier ontwikkelingen die er wél toe doen, met de cijfers erbij, en wat je er als organisatie mee kunt.
Eerst de stand van zaken
Het CBS publiceerde in juni 2026 de rapportage Vrijwilligerswerk 2025. Daaruit komt een helder beeld:
- 47 procent van de 15-plussers deed in 2025 minstens één keer vrijwilligerswerk. In 2023 en 2024 was dat 50 procent — een daling van drie procentpunt, terug op het niveau van 2019.
- Vrijwilligers besteden gemiddeld 3,9 uur per week aan hun inzet.
- Zestig procent is regelmatig actief, wekelijks of maandelijks. De rest doet het incidenteel.
- Het aandeel met een bestuursfunctie steeg van 12 procent in 2022 naar 17 procent in 2025.
- Vooral 15- tot 35-jarigen haakten af ten opzichte van 2024.
- Vrijwilligers waarderen hun werk gemiddeld met een 7,7.
Dat laatste cijfer is belangrijk om vast te houden bij alles wat hierna komt. Mensen die vrijwilligerswerk doen, vinden het zinvol. Het probleem is niet dat vrijwilligerswerk onaantrekkelijk is geworden.
1. De basis krimpt, de last concentreert
De stijging van bestuursfuncties van 12 naar 17 procent wordt makkelijk verkeerd gelezen als goed nieuws. Dat is het niet. Het aandeel stijgt vooral doordat de groep vrijwilligers kleiner wordt, terwijl het aantal verenigingen dat een bestuur nodig heeft gelijk blijft. Meer verantwoordelijkheid, verdeeld over minder schouders.
Wat je ermee kunt: kijk kritisch naar de zwaarte van je bestuursfuncties. Een penningmeesterschap dat tien uur per maand kost, vindt geen opvolger in een populatie die gemiddeld 3,9 uur per week beschikbaar heeft. Opknippen in kleinere rollen is vaak realistischer dan zoeken naar iemand die het hele pakket aankan.
2. Incidenteel wordt de norm, niet de uitzondering
Veertig procent van de vrijwilligers is incidenteel actief. Veel organisaties behandelen die groep nog als tweederangs: ze tellen niet mee in het rooster, krijgen geen inwerking en verdwijnen uit beeld tussen twee klussen door.
Wat je ermee kunt: richt je organisatie in op korte inzet in plaats van die te gedogen. Dat betekent taken die zonder voorkennis uit te voeren zijn, een lage drempel om je aan te melden, en een manier om iemand terug te vragen. De eerste klus is de kennismaking; de tweede vraag is waar het echt begint.
3. Jongeren haken af, en niet omdat ze minder willen
De daling zit vooral bij 15- tot 35-jarigen. In die levensfase stapelen studie, startende carrière, verhuizingen en jonge kinderen zich op. Een vast wekelijks moment is precies wat er niet in past.
Wat je ermee kunt: vraag niet om beschikbaarheid maar om een afgebakende bijdrage. "Kun je elke dinsdag" is voor deze groep bijna altijd nee. "Wil je in maart de website updaten" kan wel. En vraag naar wat iemand kan, niet naar wanneer — vaardigheden zijn bij deze groep vaak de aantrekkelijkste ingang.
4. De verantwoordingslast groeit mee, en dat kost vrijwilligers
Naarmate meer taken van de overheid naar de sociale basis verschuiven, komen er registratie, protocollen en verantwoording bij. Begrijpelijk vanuit het systeem, maar het raakt precies waar vrijwilligerswerk het van moet hebben: autonomie en het gevoel dat je bijdraagt in plaats van afvinkt.
Dit is de trend die het minst wordt besproken en volgens mij het meeste verschil maakt. Wie een vrijwilliger dezelfde administratie oplegt als een betaalde kracht, houdt een onbetaalde werknemer over. Die vertrekt.
Wat je ermee kunt: loop het traject van aanmelding tot eerste taak eens na en tel de formulieren, gesprekken en verplichte momenten. In de meeste organisaties zijn dat er meer dan iemand vermoedt. Schrappen levert doorgaans sneller resultaat op dan werven.
Veelgestelde vragen over vrijwilligerswerk in 2026
Hoeveel Nederlanders doen vrijwilligerswerk?
In 2025 deed 47 procent van de 15-plussers minstens één keer vrijwilligerswerk voor een organisatie of vereniging, tegenover 50 procent in 2023 en 2024. Dat blijkt uit de CBS-rapportage Vrijwilligerswerk 2025 van juni 2026.
Hoeveel tijd kost vrijwilligerswerk gemiddeld?
Gemiddeld 3,9 uur per week volgens het CBS. Zestig procent van de vrijwilligers is wekelijks of maandelijks actief, veertig procent incidenteel.
Wat mag een vrijwilliger in 2026 onbelast ontvangen?
Voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder geldt een maximum van 5,75 euro per uur, met een plafond van 220 euro per maand en 2.200 euro per jaar. Voor wie jonger is dan 21 is het uurmaximum 3,40 euro, met dezelfde plafonds. Bedragen daarboven zijn belast. Kijk voor de actuele stand op de site van de Belastingdienst.
Waarom haken jongeren af bij vrijwilligerswerk?
Niet uit onwil. De daling onder 15- tot 35-jarigen hangt samen met een levensfase waarin studie, werk en gezin weinig ruimte laten voor een vast wekelijks moment. Afgebakende, projectmatige inzet past beter bij deze groep dan een structurele rol.
Wat kun je als organisatie het beste als eerste doen?
Tel wat je van een nieuwe vrijwilliger vraagt voordat hij aan zijn eerste taak toekomt: formulieren, gesprekken, verplichte bijeenkomsten. Die drempel verlagen levert meestal meer op dan een wervingscampagne, en kost niets.
Wil je hier met je organisatie mee aan de slag? Lees ook vrijwillig maar niet vrijblijvend: 8 aanpakken die wel werken, of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Wil je hier een strategie van maken die op één A4 past? Ik werk als AI strategie consultant voor gemeenten en welzijn.
Bekijk de aanpakVerdiep je verder in de kennisbank
Wil je meer weten over dit onderwerp?
Plan een vrijblijvend gesprek en ontdek hoe AI jouw organisatie kan versterken.
Neem contact op